In het eerste en tweede artikelen ging het met name over hoe gamification gebruikt wordt binnen ROC Aventus. In dit artikel worden vooral de positieve en negatieve gevolgen van gamification binnen ROC Acentus besproken. Ook praat Hannie van der Heijden over de obstakels die ze tegenkomt bij het implementeren van nieuwe werkvormen en waar gamification wel en niet werkt.

“Een van de grootste obstakels bij het implementeren van games in de les zijn de kosten. Vaak kosten de goede games te veel geld als je ze zelf moet ontwikkelen. Uitgevers en makers van games zijn vaak huiverig om games voor het onderwijs te maken. De houdbaarheid van deze games is namelijk vrij kort. Als de studenten de game hebben gespeeld is het ook klaar. Er valt niets nieuws te ontdekken. Ook is de afzetmarkt voor games gemaakt voor het onderwijs veel kleiner dan de afzetmarkt voor entertainmentgames. De uitgevers zien dus ook nog weinig brood in het maken van deze games. Soms is de ICT kant ook lastig. Als er bijvoorbeeld een puntensysteem moet komen weten docenten vaak niet waar ze dat vandaan moeten halen. De Aventus systemen hebben deze functies niet. Natuurlijk zijn er genoeg andere apps die je daarvoor kan gebruiken maar dat is vaak even zoeken voor een docent. Ook de docenten zelf kunnen een obstakel vormen. Er gaat veel tijd zitten in het nadenken over welk concept je op welke manier in gaat zetten. Als je creatief bent is het niet moeilijk om iets te verzinnen waarmee je studenten motiveert en toch iets bijleert. Dat is helaas niet iedereen gegeven. Veel docenten willen wel iets doen om het onderwijs aantrekkelijker te maken maar ze weten niet hoe en wat. Gamification is vaak iets waar ze nog nooit van hebben gehoord. Ze hebben deze manier van lesgeven vaak zelf nooit gehad dus ze zullen bijgeschoold moeten worden over wat de mogelijkheden zijn. Het ene team denkt soms: we gaan het gewoon gebruiken en testen en we zien wel of het werkt. Andere teams willen alles eerst getest hebben en bewijs zien dat de werkmethode werkt. Anders beginnen ze er niet aan. Er zijn ook veel teams of teamleden die vinden dat games niet in het onderwijs thuishoren. Games spelen ze thuis al, zeggen ze dan. Het komt veelvuldig voor dat je docenten binnen een team hebt die wel graag games en gamification willen inbrengen en docenten die er niets in zien. Ook is het niet altijd zo dat games en gamification een hoger leerrendement oplevert. Docenten kijken vaak of het werkt dus dan kunnen ze terughoudend zijn”.

“Bij leerrendement wordt gekeken of de studenten meer, evenveel of minder leren bij een verandering van werkmethode. Daarbij hoort ook het voeren van gesprekken met leerlingen om te zien of ze tevreden zijn met de veranderingen. We houden ook de aanwezigheid van studenten bij want gemotiveerde en enthousiaste studenten spijbelen minder en zijn vaker in de les. Ook leggen we de cijfers van studenten naast elkaar bij een evaluatie. Zijn de cijfers hoger, lager of zijn er geen veranderingen te zien? De feedback is heel erg belangrijk om te kijken of we doorgaan met de verandering en of we iets moeten veranderen of zelfs moeten stoppen. Ik vind minigames heel erg handig. Die kan je bij elke opleiding en elk niveau inzetten. Vooral wanneer je “domme” en simpele dingen moet trainen kunnen gamification en deze minigames heel erg helpen. Doordat je steeds in een hoger level wilt komen blijf je maar oefenen, oefenen, oefenen. Opeens heb je dan de kennis en skills om iets te doen. Dit soort spelletjes met beloningen en competitiviteit deden we natuurlijk altijd al, maar als je dit in een groter verband of in een reeks zet houdt je langer de spanning erin. Dit kan met bijvoorbeeld een eindklassement. Ik denk dat dat werkt. Je moet alleen oppassen dat je het niet te kinderlijk wordt. Dan verlies je de mensen”.

“We hebben wedstrijden binnen Aventus waarin studenten tegen elkaar strijden om de beste te worden in hun vakgebied. Het is niet persé een spel maar je hebt wel de strijd en competitiviteit van gamification die ervoor zorgt dat studenten heel erg gedreven zijn om de beste te worden. Je ziet daardoor dat ze in het voortraject al veel meer willen trainen, trainen en trainen om in die landelijke of Europese wedstrijden te komen. Dit is met games ook zo. Als je niet naar het volgende level kunt komen ga je steeds harder en meer werken om beter te worden en naar het volgende level te komen. Zeker als er mensen zijn binnen jouw groep of klas die al in het volgende level zitten. Dat stimuleert elkaar”.

“Toch werken de games niet voor iedereen. Daarom is een goede docent ook zo belangrijk. In het onderwijs praat je vaak over leerstijlen en doceerstijlen. Iedereen heeft een voorkeur voor een bepaalde leerstijl. Wat je in het onderwijs doet is de leerstijl van de studenten een beetje verbreden door de studenten ook op andere leerstijlen te laten bewegen. Af en toe mogen studenten best eens iets doen waar ze geen trek in hebben. Je zult dus ook af en toe tegen je zin mee moeten doen. Dit moet je echter niet het hele jaar gaan doen. Dat is met gamification ook zo. Het gaat niet het hele jaar door en we gebruiken deze werkvorm vaak voor een bepaalde periode. Sommige studenten gaan op deze manier helemaal bloeien, en andere studenten zien het meer als een verplichting”.

“Werkvormen met games en gamification werken het beste bij studenten van niveau 1 en 2. Die hebben vaak een kortere spanningsboog en die moet je meerdere dingen aanbieden. Met gamification en games kun je ze makkelijker verleiden om aan de lesstof te blijven werken en te oefenen. Toch is gamification toepasbaar bij alle niveaus en alle leeftijdscategorieën. Op het hbo en de universiteiten zullen ze het echter wel anders invullen. Op het mbo zijn we gebonden aan kwalificatiedossiers. We mogen als school bepalen hoe we iets aanbieden, maar niet wát we aanbieden. De onderwerpen die op het eindexamen worden getest, zijn aan het eind van de rit bij elke mbo-school hetzelfde. Daarom ligt ons onderwijs altijd dicht bij de kwalificatiedossiers. In het hbo en op de universiteiten zijn ze daar veel vrijer in. Ze mogen zelf bedenken wat ze toetsen en hoe ze dat doen. Daarom zie je vaak dat er daar bepaalde gameweken of 24-uurs wedstrijden worden georganiseerd waarin allemaal game elementen zijn verwerkt”.

“Gamification kan veel doen voor creativiteit. Docenten moeten namelijk op een creatieve manier gaan nadenken over hoe ze bepaalde game elementen in gaan zetten in de les en hoe ze die werkvorm aantrekkelijk gaan vormgeven. Afhankelijk van de game of de opdracht worden studenten ook aangezet om creatief na te denken. Als ze bijvoorbeeld in een wedstrijd een bepaald product of idee moeten bedenken moeten ze vaak in groepsverband creatief gaan nadenken. Doordat ze graag willen winnen gaan worden ze automatisch gepusht om out of the box te gaan denken”.

 

Advertenties